Rabarber in de moestuin: zo plant, verzorg en oogst je hem

Rabarber is een van de makkelijkste en dankbaarste gewassen die je in de moestuin kunt zetten. Eén plant levert jarenlang oogst op met weinig onderhoud. Je plant rabarber het liefst in het voor- of najaar op een vaste, zonnige plek, en oogst de stengels vanaf het tweede jaar.

De juiste plek voor rabarber in de moestuin

Rabarber is een vaste plant, wat betekent dat hij elk jaar terugkomt. Kies daarom een plek waar hij niet in de weg staat bij het omspitten of wisselen van andere gewassen. Een hoek van de moestuin of langs de rand werkt goed. Rabarber wil graag volle zon of lichte halfschaduw. De bodem mag voedzaam en vochtig zijn, maar mag niet vaststaan: rabarber verdraagt geen natte voeten.

Een plant neemt al snel een halve meter tot een meter in diameter in beslag. Reken dus op een ruime afstand van zo’n 80 tot 100 centimeter tussen planten. Heb je maar een kleine tuin, dan volstaat één plant prima voor gezinsgebruik.

Planten: uit zaad of via een wortelstuk

Je kunt rabarber zaaien, maar de meeste tuiniers kiezen voor een wortelstuk (ook wel kroon of plant genoemd). Dat is sneller en betrouwbaarder. Een wortelstuk plant je in het najaar of vroeg in het voorjaar, zodra de grond niet meer bevroren is. Zaad zaaien kan ook, maar dan duurt het een jaar langer voor je kunt oogsten.

Zo plant je een wortelstuk:

  • Graaf een kuil van ongeveer 40 centimeter diep en even breed.
  • Meng de losgemaakte grond met wat compost of goed verotte mest.
  • Zet het wortelstuk zo dat de knop(pen) net aan of iets boven het grondoppervlak uitkomen.
  • Druk de grond aan en geef water.

Bemesten en verzorgen

Rabarber is een stevige eter. Geef de plant ieder voorjaar een royale schep compost of wat gedroogde mest rondom de stam. Dit houdt de grond voedingsstoffenrijk en vochtig. In droge zomers is regelmatig water geven verstandig, zeker in het eerste jaar wanneer de plant nog wortelt.

Bloeiende stengels (met een puntige bloemknop bovenaan) snij je direct weg. Bloei kost de plant veel energie en de oogst neemt er sterk door af. Dit is een van de weinige acties die je actief in de gaten moet houden.

Wanneer en hoe je rabarber oogst

In het eerste jaar na het planten laat je de plant met rust. Hoe verleidelijk het ook is: oogst nog niks. De plant heeft alle energie nodig om een goed wortelstelsel te vormen. Vanaf het tweede jaar kun je voorzichtig beginnen te oogsten, en vanaf het derde jaar volop.

Oogsten doe je van april tot en met juni. Na juni laat je de stengels staan zodat de plant energie kan opbouwen voor het volgende seizoen. Trek de stengels niet af, maar draai ze licht terwijl je trekt, of snij ze met een mes vlak bij de basis. Oogst nooit meer dan de helft van de stengels tegelijk, zodat de plant krachtig blijft.

Let op: de bladeren van rabarber zijn giftig door het hoge gehalte aan oxaalzuur. Gebruik alleen de stengels en gooi de bladeren bij het groenafval, niet in de keuken.

Rabarber moestuin: veelgemaakte fouten

De meest gemaakte fout is te vroeg oogsten, in het eerste jaar. Dat verzwakt de plant zo sterk dat hij soms helemaal wegblijft. Een tweede valkuil is te laat stoppen met oogsten. Wie ook in augustus en september nog plukt, merkt dat de plant het volgende jaar dunner terugkomt.

Ook planten te dicht op elkaar plaatsen is een veelvoorkomende fout. Rabarber heeft ruimte nodig en wordt groot. Te weinig ruimte leidt tot kleinere stengels en meer kans op ziektes door slechte luchtcirculatie.

Verdelen en vernieuwen

Na vijf tot zeven jaar raakt een rabarberplant soms uitgeput of te groot. Je kunt hem dan verdelen: graaf de wortelkluit op, snij hem met een schop in stukken met elk minstens één goede knop, en herplant de stukken op een nieuwe plek met verse grond. Zo heb je gratis nieuwe planten én blijft de oogst goed.

Rabarber in de moestuin vraagt in het begin wat geduld, maar geeft daarna jarenlang oogst terug. Plant hem eenmalig op de juiste plek, houd de bloemen weg, geef hem elk voorjaar compost en oogst alleen de stengels van april tot en met juni. Meer is er eigenlijk niet voor nodig.