Sla in de moestuin: zo zaai, verzorg en oogst je het hele jaar
In de moestuin is sla een van de makkelijkste groenten om te telen. Je kunt het bijna het hele jaar door zaaien, het groeit snel, en je hebt geen grote tuin voor nodig. Of je nu een vollegrond hebt, een verhoogd bed of een paar bakken op het balkon: sla past er altijd in.
Wanneer zaai je sla in de moestuin?
Sla is een koelminnende plant. Dat betekent dat het het beste groeit bij temperaturen tussen de 10 en 20 graden. In de praktijk kun je buiten in de volle grond zaaien van maart tot en met augustus. Zaai je vroeger of later, dan is binnen voortkweken of een koud kweekbakje handig.
Wil je vroeg in het seizoen beginnen, bijvoorbeeld in januari of februari, dan zaai je sla binnen op een vensterbank of in een verwarmde kas. Na een week of drie tot vier kun je de plantjes buiten uitplanten, maar bescherm ze dan wel tegen nachtvorst. Een vliesdoek of een klochtunnel doet goede dienst.
In de zomer, bij temperaturen boven de 25 graden, schiet sla snel in zaad. Dat heet “schieten” of bolting, en daarna wordt het blad bitter. Zaai in die periode liever in de namiddag, gebruik een hittebestendige slavormen zoals een Batavia of een eikenblaadsla, en zorg dat de sla een plek heeft met middagschaduw.
Sla zaaien stap voor stap
Sla zaaien is eenvoudig. Hieronder zie je hoe je het aanpakt, of je nu direct buiten zaait of eerst binnen voortkweekt.
- Grond voorbereiden: los, voedselrijk en goed vochthoudend. Werk eventueel compost door de grond.
- Zaaigroef maken: maak een ondiepe groef van ongeveer 1 centimeter diep.
- Zaaien: strooi de zaden dun, met een tussenruimte van een paar centimeter. Sla zaad is klein, dus doe het rustig aan.
- Afdekken: dek de zaadjes licht af met een dun laagje grond of fijn zand.
- Besproeien: gebruik een fijn sproeimond zodat je de zaden niet wegspoelt.
- Verdunnen: als de plantjes een paar centimeter groot zijn, verdun je ze. Laat voor kropsla een onderlinge afstand van 25 tot 30 centimeter aan, voor bladpluksla mag het iets dichter.
Kiemen doe sla doorgaans binnen vijf tot tien dagen, afhankelijk van de temperatuur.
De beste soorten voor de moestuin
Er zijn drie hoofdgroepen die je in de moestuin kunt telen:
- Kropsla: de klassieke ronde krop, zoals ijsbergsla. Oogstbaar als geheel. Heeft meer ruimte nodig maar geeft een flinke opbrengst in één keer.
- Bladpluksla (snijsla): je plukt de buitenste bladeren af en de plant groeit door. Handig voor kleine tuinen of bakken. Varieties zoals lollo rosso, lollo bionda en eikenblaadsla vallen hieronder.
- Veldsla en rucola: strikt gezien geen sla, maar ze worden vaak in dezelfde context gebruikt. Veldsla overleeft zelfs lichte vorst en is perfect voor late herfst en winter.
Wil je het hele seizoen kunnen oogsten, dan is bladpluksla de slimste keuze. Je kunt al na vier tot zes weken beginnen met oogsten en de plant gaat daarna gewoon door.
Verzorging: water, voeding en plagen
Sla heeft regelmatig water nodig, maar verdraagt geen natte voeten. Geef liever kleine beetjes water vaker dan één grote beurt per week. Giet bij voorkeur aan de voet van de plant en niet over de bladeren, om schimmel te voorkomen.
Qua voeding is sla geen veelvraat. Als je bij het planten compost hebt toegevoegd, heb je in de meeste gevallen niets extra’s nodig. Bij een voedselarme grond kun je halverwege het seizoen een beetje vloeibare meststof geven.
De grootste vijanden van sla in de moestuin zijn slakken en bladluizen. Slakken vreten ’s nachts grote gaten in de bladeren. Je kunt ze bestrijden met aardewerk scherven rondom de plantjes, een koperrand om je bed, of slakkenkorrels op biologische basis (op basis van ijzerfosfaat). Bladluizen zijn te herkennen aan kleine groen of zwarte beestjes die zich ophopen op de onderkant van het blad. Een krachtige waterstraal helpt al goed. In een moestuin met veel diversiteit komen ook natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en gaasvliegen vanzelf op bezoek.
Oogsten en opnieuw zaaien
Kropsla oogst je als de krop stevig aanvoelt. Snij de krop met een mes vlak boven de grond door. Bladpluksla oogst je anders: pluk de buitenste bladeren voorzichtig weg en laat de kern staan. Zo oogst je van één plant meerdere weken achter elkaar.
Om de aanvoer op gang te houden, gebruik je de tuinierstechniek van opvolgzaai. Zaai elke twee tot drie weken een nieuw rijtje sla. Zo heb je nooit te veel tegelijk en ook nooit een periode zonder oogst.
Na de oogst is de plek vrij voor een volgteelt. Sla past goed vooraf aan wortelen of bieten, en staat zelf graag naast uien, wortelen en kruidenplanten als basilicum. Die combinaties helpen ook om bepaalde plagen op afstand te houden.
Sla in de moestuin vraagt weinig ruimte, weinig tijd en weinig kennis, maar geeft snel resultaat. Door een paar slimme keuzes in ras, zaaitijdstip en oogstmethode kun je van vroeg in het voorjaar tot laat in de herfst vers plukken uit eigen tuin.
Moestuin aanleggen en onderhouden: alles wat je moet weten
Natuurlijke tuin aanleggen: zo doe je het stap voor stap
Spint biologisch bestrijden: zo doe je het stap voor stap
Natuurlijke olie voor droge huid: welke werkt het best?
Natuurlijke gezichtsolie: wat het is, hoe het werkt en welke soort bij jou past
Natuurlijke verzorgingsproducten: wat zijn het en waar let je op?