Soorten bonen voor de moestuin: welke past bij jouw tuin?

In de moestuin kun je kiezen uit een breed scala aan bonensoorten, elk met een eigen groeiwijze, smaak en oogstmoment. De meest geteelde soorten bonen in de moestuin zijn stambonen, stokbonen, tuinbonen, pronkbonen en sojabonen. Welke het best bij jou past, hangt af van de ruimte die je hebt, wat je wilt eten en hoeveel werk je er in wilt steken.

Stambonen: compact en makkelijk

Stambonen groeien als een compacte struik van ongeveer 40 tot 60 centimeter hoog en hebben geen steun nodig. Dat maakt ze ideaal als je weinig ruimte hebt of bonen in een bak of pot wilt kweken. De plant draagt snel: gemiddeld zo’n acht tot tien weken na het zaaien kun je al oogsten. Bekende varianten zijn ‘Speedy’, ‘Safari’ en ‘Cobra’, die allemaal een dunne, peulvormige boon geven die je als geheel eet.

Een nadeel van stambonen is dat de oogstperiode relatief kort is. De plant geeft in een paar weken vrijwel alles tegelijk. Wil je een langere oogstperiode, dan kun je in fases zaaien, bijvoorbeeld om de twee weken een nieuwe rij inzaaien van mei tot juli.

Stokbonen: hoge opbrengst, kleine grondoppervlakte

Stokbonen zijn de klimmende variant. Ze kunnen tot twee meter of hoger groeien en hebben steun nodig in de vorm van stokken, een net of een pergola. Daardoor zijn ze juist geschikt als je weinig grondoppervlak hebt maar wél hoogte kunt benutten. De oogstperiode is langer dan bij stambonen: eenmaal aan de gang blijft de plant weken doorgaan met produceren, mits je regelmatig oogst.

Populaire stokbonenrassen zijn ‘Blauhilde’ (paarse peulen), ‘Neckarkönigin’ en ‘Helda’ (platte peulen). Paarse varianten kleuren groen bij het koken, wat sommige tuiniers een teleurstelling vindt. Zaai stokbonen pas na de laatste nachtvorst, vanaf half mei in de meeste Nederlandse regio’s.

Tuinbonen: de vroegste boon van het seizoen

Tuinbonen zijn een aparte categorie. Ze horen bij een andere plantengroep dan stamboenen en stokbonen en zijn bijzonder koudebestendig. Je kunt ze al in februari of maart buiten zaaien, of zelfs in november voor een vroege oogst in het voorjaar. Ze groeien rechtop tot zo’n 60 tot 120 centimeter, afhankelijk van het ras, en hebben meestal weinig tot geen steun nodig.

De boon zit in een dikke, beklede peul. Je eet de zaden na het doppen en eventueel ook het velletje eromheen verwijderen. Tuinbonen smaken het lekkerst jong geoogst. Wacht je te lang, dan worden ze melig. Een nadeel: tuinbonen trekken zwarte luizen aan. Knijp de toppen van de plant af zodra de onderste bloemen gezet zijn, dat remt de luizenplaag.

Pronkbonen: sierlijk én eetbaar

Pronkbonen (ook wel pronkerwten of veldbonen in andere contexten, maar in de moestuin gaat het om Phaseolus coccineus) zijn verwant aan stokbonen maar groeien nog forser. Ze klimmen makkelijk tot drie meter en hebben opvallende rode, witte of tweekleurige bloemen. Daarmee zijn ze ook decoratief bruikbaar, bijvoorbeeld langs een schutting of pergola.

De peulen worden groot en iets grover van structuur dan stokbonen. Jonge peulen eet je als peulgroente; grotere peulen zijn taaier. De droge bonen kun je ook bewaren en later als bruine boon verwerken in soepen of stoofpotten. Pronkbonen zijn minder gevoelig voor droogte dan gewone stokbonen.

Sojabonen en andere bijzondere soorten

Wie iets anders wil, kan ook sojabonen (edamame) telen. Soja is warmer dan de gemiddelde Nederlandse zomer vraagt, maar met een beschutte, zonnige plek en een warm jaar lukt het goed. Je oogst de peulen onrijp, kookt ze kort en eet de bonen direct uit de peul als snack. Een leuke aanvulling als je het als experiment wilt proberen.

Andere soorten die je in de moestuin kunt telen zijn:

  • Kievitsbonen: droogbonen met een mooie gevlekte tekening. Je laat de peulen aan de plant rijpen en droogt de bonen daarna.
  • Borlottibonen: Italiaanse droogboon, ook prachtig van kleur, populair in de keuken als verse of gedroogde boon.
  • Suikerpeulen en peultjes: technisch gezien erwten, maar ze groeien en worden geteeld op een vergelijkbare manier als bonen en passen goed in hetzelfde deel van de moestuin.

Welke soort bonen past bij jouw moestuin?

De keuze hangt af van drie dingen: ruimte, seizoen en gebruik in de keuken. Heb je een kleine tuin of bak, kies dan voor stambonen. Heb je hoogte te benutten en wil je wekenlang oogsten, ga dan voor stokbonen of pronkbonen. Wil je vroeg in het seizoen beginnen en ben je niet bang voor wat extra werk, dan zijn tuinbonen ideaal. En wil je droge bonen bewaren voor de winter, kijk dan naar kievitsbonen of borlotti.

Alle bovengenoemde soorten gedijen het best op een zonnige plek met losse, goed doorlatende grond. Bonen binden stikstof uit de lucht en verbeteren daarmee de bodem, wat ze ook nog eens tot een prima voorvrucht maakt voor andere gewassen het jaar erna.